Vitale voeding

Vitaliserende kwaliteit

Alle levende wezens genereren en zenden vormen van straling uit. Biophotonen, elektromagnetische frequenties, warmte, geluid, geur worden door het lichaam uitgezonden. De aard van deze straling is direct afhankelijk van de staat waarin het lichaam verkeert. Dan hebben we het over ziekte, gezondheid, blijdschap, stress etc. Het lichaam zendt op deze manier subtiele informatie uit.

            

De biophotonen (bio=leven, photon=deeltje dat licht uitzendt) zijn in dit opzicht minder bekend, maar heel interessant. Elk levend wezen (dus ook planten en bacterien) maakt deze deeltjes en zendt ze, al dan niet versterkt, weer uit.

Met behulp van biophotonen zijn fenomenen als energiebanen, levenskracht en boviswaarden goed te verklaren.

Biophotonen zijn zichtbaar te maken met directe fotografie, waarbij het object direct op een fotogevoelige emulsie wordt gehouden (Kirlian fotografie). De grootte van de stralenkrans, de kleuren etc. geven zo een beeld van de energie status van het object. Dit is het zichtbaar maken van inwendige levensenergie, dus een allesomvattende maat voor kwaliteit.

Men kan dit ook zichtbaar maken met behulp van chroma's. Met behulp van chroma's worden de diverse biologische fracties met behulp van speciaal papier zichtbaar gemaakt. De structuur, vorm en kleur van de chroma is indicatief voor de inwendige energetische kwaliteit van het onderzochte product.

         
Eieren maar dan wel zonder allerlei toevoegingen aan het drinkwater voor de kippen zoals chloor, en diverse zuren.

Goji bessen (Lycium Barbarum) vervullen een belangrijke rol binnen de traditionele Chinese geneeskunde. Misschien heb je nog niet eerder gehoord van deze bijzondere bessen. Ze zijn, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de noni, heel lekker! En net als de mangosteen (mangostana) zijn Goji bessen rijk aan vitamines, mineralen, aminozuren, antioxidanten en andere belangrijke voedingstoffen.


De energetische waarde is te kwantificeren met behulp van de waarde van Bovis. Dit is een subjectieve, maar wel herhaalbare waardebeoordeling van materialen, zaden, planten, dieren levensmiddelen etc. De volgende waarden worden gebruikt:

Boviswaarden:

 0-3.000 Ziekmakend

3.000-6.500 Ongezond

6.500-7.000 Neutraal

7.000-8.000 Gezond

8.000-en hoger Vitaliserend

Biophotonen zijn het medium waar cellen onderling mee communiceren. Zij vitaliseren cellen, weefsels en het organisme door het geven van informatie dragende energie. Zij verzorgen de afstemming van levensprocessen op verschillende niveaus, te beginnen bij de drager van erfelijke informatie, het DNA. Ook kunnen zij stamcellen activeren en aanzetten tot reparatie van beschadigd weefsel. Dit kan heel ver gaan, zelfs tot het geheel vernieuwen van verbrijzelde gewrichten.

  

Alle levende organismen zijn afhankelijk van de energiestatus van hun voedsel. Met andere woorden: is de vitaliserende energie van het voedsel onder de maat, dan is dit ook negatief voor degene die het voedsel opeet. Dit geldt ook voor planten. Als de bodem "slecht" is, dan worden de planten ook nooit goed en zullen de dieren die deze planten eten ook een slechte energiestatus hebben. Uiteraard geldt dit ook voor de mensen die deze dieren weer eten.
Via de voedselketen werkt de energiestatus door tot degene die aan de top staan.

           

Het grote probleem is dat de bodems in Nederland slecht van kwaliteit zijn. Dit is onder meer ook duidelijk te maken aan de hand van chroma's. In het geval van de bodem kunnen chroma's de kwaliteit van de biologische bestanddelen, de mate van mineralisatie en de fase van fermentatie zichtbaar gemaakt worden. Chroma's kunnen ook van voeders gemaakt worden.

  

De energetische waarde van de bodems is zo laag vanwege gebruik van kunstmest, drijfmest, chemicaliën, zware machines. De toch al marginale gezondheid van de planten die op deze gronden moeten groeien wordt nog verder aangetast door monocultuur, genetische manipulatie, chemicaliën etc.

Het belang van vitale voeding.

Door het gebruik van laag vitaal water en voeding die geteeld is met kunstmest,  behandeld met diverse chemische gewasbeschermingsmiddelen, en de toename van steeds meer onnatuurlijke stralingsvelden, krijgt men steeds minder vitaliteit en allerlei lichamelijke klachten. Men voelt zich moe en lusteloos. 

Zie ook: http://natuurlijkvoedsel.nl/Artikel/Veranderende_Landbouw.php

Daarom is het van het allergrootste belang om voeding zoals hoogvitale groenten te eten. Deze groenten bevatten weer alle mineralen en sporenelementen in de juiste natuurlijke balans. Dit in tegenstelling tot groenten die met kunstmatige voeding zijn geteeld. 

  HPIM4676.JPG

Een voorbeeld aan de hand van kristalfoto's.

Kristalfoto van wortelsap met kunstmatige voeding geteeld.

Kristalfoto van wortelsap met hoogvitaal water en natuurlijke voeding geteeld.

Hier nog wat wetenswaardigheden over goede voeding en het belang van natuurlijke mineralen en sporenelementen.

Daarom is het van het allergrootste belang om voeding zoals hoogvitale groenten te eten. Deze groenten bevatten weer alle mineralen en sporenelementen in de juiste natuurlijke balans. Dit in tegenstelling tot groenten die met kunstmatige voeding zijn geteeld.

Een voorbeeld aan de hand van kristalfoto's.

 

Kristalfoto van wortelsap met kunstmatige voeding geteeld.

 

Kristalfoto van wortelsap met hoogvitaal water en natuurlijke voeding geteeld.

Hier nog wat wetenswaardigheden over goede voeding en het belang van natuurlijke mineralen en sporenelementen.

      

30 procent meer antioxidanten in biologische producten'

Volgens Amerikaans onderzoek hebben biologische landbouwmethoden de potentie om het gemiddelde gehalte aan antioxidanten te verhogen, vooral in verse producten. Het gehalte aan antioxidanten in biologische producten is zo'n 30 procent hoger dan gangbare producten die onder dezelfde omstandigheden zijn geteeld, aldus het rapport Elevating Antioxidant Levels Through Organic Farming and Food Processing van The Organic Center for Education and Promotion.

In het rapport worden vijftien kwantitatieve onderzoeken naar antioxidanten in biologische en gangbare groenten en fruit besproken. In dertien van de vijftien gevallen bevatten de biologische producten meer antioxidanten. Gemiddeld bevatten de biologische producten een derde meer antioxidanten en/of fenolen dan gangbare groenten en fruit.
Het gebruik van vaste mest, bodembedekkers en langzaam vrijkomende stikstof in de biologische landbouw kan het gehalte van antioxidanten en polyfenolen in biologische producten verhogen, aldus het onderzoek.

Wanneer groenten en fruit bij een optimale rijpheid worden geoogst en in onbewerkte vorm gegeten, zonder het verwijderen van de schil, zal inname van antioxidanten hoger zijn, zegt onderzoeker Charles Benbrook. De buitenkant van groenten en fruit bevat over het algemeen de hoogste concentratie antioxidanten. Consumenten schillen gangbare groenten en fruit vaak uit angst voor resten bestrijdingsmiddelen.

De verschillen in verwerking van biologische en gangbare producten hebben ook invloed op het gehalte aan antioxidanten. Zo zorgen hoge temperaturen en hogedruk voor een daling van het antioxidantengehalte. Verwerkers van biologische producten gebruiken vaak lagedruk en koude persingsmethoden bij de productie van sappen en oliën. Dit resulteert volgens het Amerikaanse onderzoek in producten met meer smaak en meer voedingsstoffen, waaronder antioxidanten.

Zie voor meer informatie de website van The Organic Center

 

Niet meer, maar betere groenten.

 



We moeten eigenlijk meer groenten eten, prenten voorlichters ons in. Maar we vertikken het. Wageningse technologen hebben een alternatief voor de wanhopige pogingen om het voedingskundige tij te keren. ‘Laat de mensen eten wat ze gewend zijn, maar maak hun groenten gezonder.’

 

Een echt onderzoek mag het van hem niet heten. Dr. Matthijs Dekker van de leerstoelgroep Productontwerpen en kwaliteitskunde heeft modellen gemaakt op basis van gegevens uit de literatuur, waarmee hij achter zijn pc studies kon simuleren.
Dekker gebruikte gegevens die zijn leerstoelgroep had verzameld over een groep phytochemicaliën in brassicagroenten zoals spruiten en kool, de glucosinolaten. In sommige studies verminderen die de kans op darmkanker. ‘In een heleboel andere studies doen brassicagroenten zo goed als niets’, zegt Dekker. ‘Ons onderzoek kan verklaren waarom. Tussen het ene en het andere levensmiddel op basis van kool kan de hoeveelheid glucosinolaten met een factor vijfhonderd variëren. In rode kool in blik zit bijvoorbeeld nog maar een fractie van de glucosinaten die je in verse kool aantreft.’

Puur theoretisch
Toen Dekker ging spelen met zijn model, voedde hij het met aannames. Stel nou dat de gemiddelde Nederlanders net zoveel kool blijft eten als hij op dit moment doet. Stel dat er veel minder variatie is in de concentratie actieve stoffen in groenten. En stel dat in alle voedingsmiddelen waar kool in verwerkt is, de concentratie glucosinolaten met een factor drie omhoog gaat. Wat gebeurt er dan met het aantal Nederlanders dat darmkanker krijgt? De uitkomst was spectaculair.
Het aantal gevallen van darmkanker nam af met 45 procent, wat neerkomt op 2700 gevallen minder per jaar. ‘Het is puur theoretisch’, zegt Dekker. ‘Maar daarom niet minder opmerkelijk, zeker als je bedenkt dat je die verhoging van de hoeveelheid bioactieve stoffen vrij eenvoudig kunt realiseren.’

Daarover gaan de presentaties die Dekker en zijn collega dr. Ruud Verkerk, ook verbonden aan de leerstoelgroep Productontwerpen en kwaliteitskunde, deze week in Egmond aan Zee verzorgen. ‘Dat gebeurt in het kader van het EU-programma COST’, zegt Verkerk. ‘Brussel heeft geld beschikbaar gesteld voor workshops van onderzoekers op het gebied van phytochemicaliën. Wageningen organiseert deze bijeenkomst.’

Tijdens de workshop gaat Verkerk in discussie met prof. Klaus Ammann, die aan de universiteit van Bern meewerkte aan de totstandkoming van de transgene Gouden Rijst. Die rijstvariant maakt dankzij nieuwe genen bètacaroteen aan, een andere verbinding die een gezondheidsbeschermende werking zou hebben. Bètacaroteen wordt in het lichaam bovendien omgezet in vitamine A. De Gouden Rijst moet het tekort aan vitamine A in ontwikkelingslanden helpen opheffen.

Je hebt wel meer van zulke initiatieven’, zegt Verkerk. ‘In Wageningen heeft PRI bijvoorbeeld een tomaat ontwikkeld die extra quercetine aanmaakt, weer een ander gezond stofje. Wat wij willen zeggen is dat het ontwikkelen van gentechvarianten niet genoeg is als je meer van dit soort inhoudsstoffen bij de consument wilt brengen. Je zult ook naar de rest van de keten moeten kijken.’

Broccoli


Als je de hoeveelheid glucosinolaten in kool wilt verhogen, dan begint dat bij de keuze van het gewas, vertelt Dekker. ‘Neem nou broccoli, de groente in ons dieet die de meeste glucosinolaten bevat. De concentratie glucosinolaten tussen het ene en het andere broccoliras kan een factor dertig variëren.’

Het verschil tussen die rassen is op het oog niet te zien. Dat geldt ook voor de op één na rijkste bron van glucosinolaten, rode kool. ‘Je zou in de winkel een label nodig hebben om de consument het verschil te laten zien’, zegt Dekker. ‘We merken dat de animo daarvoor bij organisaties als The Greenery toeneemt.’
Opslag en transport zijn geen belangrijke factoren voor de concentratie van de beschermende stoffen, bleek uit studies. Bereiding, door de industrie en bij de consument thuis, echter wel.

Glucosinolaten lossen op in water’, zegt Dekker. ‘Hoe meer kookwater je weggooit, des te minder houd je over. Verder breken glucosinolaten af door verhitting. Hoe langer je kookt, des te minder glucosinolaten houd je over.’ De kant–en-klare kool in plastic zakjes, blik of glas bevat daarom bitter weinig van de goede stoffen. Ook in zuurkool zijn glucosinolaten grotendeels afwezig. Het zout waarmee zuurkool wordt behandeld heeft de cellen laten leeglopen, waardoor de glucosinolaten zijn weggelekt. Voorgesneden kool scoort daarentegen weer redelijk. ‘Het snijden van kool doet de gehalten aan glucosinolaten na een paar dagen juist stijgen’, zegt Dekker.

De kennis die zijn leerstoelgroep heeft verworven zou fabrikanten kunnen helpen aan verbeterde processen, en consumenten aan preciezer richtlijnen. Dekkers simulaties maken bovendien duidelijk wat voor effect zulke maatregelen zouden kunnen hebben. Maar ze werpen vooral de vraag op hoe het mogelijk is dat epidemiologen sowieso verbanden tussen de consumptie van producten en gezondheid vinden.

Begin pagina